Geweldig, net als Batibouw loopt en half Vlaanderen met bouw- en verbouwperikelen kampt, komt de aannemer met de volgende mededeling: “‘t is tijd dat jullie eens beslissen waar en hoeveel stopcontacten, schakelaars en lichtpunten jullie willen in de duplex”. Right. Het is wel de duplex van mijn ouders, maar omdat Jo en ik die de eerste jaren sowieso gaan huren, geven ze ons carte blanche. Fair enough. Maar deze middag zegt Jo ineens: “beslis jij maar, mij kan het niet veel schelen”. Tof. Bovendien moeten we eens nadenken over de tegels in de badkamer, omdat die blijkbaar niet zo praktisch zijn én de manier waarop de deuren geplaatst moeten worden. Gelukkig is de plaatsing van de verwarming al vastgelegd.
Which means: als ik binnen enkele maanden vloekend in de duplex rondloop à la: “dju, dat stopcontact staat veel te ver van het fornuis” of: “aaargh waarom botsen die deuren tegen elkaar?” of misschien: “hier mankeert echt wel een lamp”, dan kan ik enkel en alleen mezelf verwijten. En daar hou ik écht niet van! Ik kaats mijn verwijten liever een andere richting uit, weetjewel.
Hier kan ik gelukkig inspiratie opdoen. Oef!
Ik denk dat ik op veilig ga spelen en zoveel mogelijk stopcontacten én lichtpunten voorzie. Vooral het licht baart me zorgen: eens je licht voorziet, kan je niet veel meer veranderen aan de schikking van de meubels. Vooral omdat ik eigenlijk drie plafondlampen boven de eettafel wil voorzien, maar we hébben nog geen eettafel en we weten ook absoluut niet hoe en waar we die gaan plaatsen. Aaaargh.
Vanavond ben ik dus op m’n kamer te vinden, met het gigantische bouwplan voor mijn neus en me heftig concentrerend op de virtuele duplex. Want die zit al grotendeels in mijn hoofd. En daar is alles perfect gepast. We zullen wel zien wat de realiteit brengt…