Even tijd voor alweer een blogje. Zoals ik al voorspeld had, is ‘t wel eens fijn om de frustraties van je af te schrijven. Wat vroeger in een privé-dagboek neergepend werd (mèt slotje), wordt nu open en bloot op het internet gepleurd (om het even met de legendarische woorden van Deheer Peevanee te zeggen).
Ik zit nu dus op mijn werk, tijdens mijn welverdiende middagpauze, dit blogje uit te typen. Vorige dagen probeerde ik nog om sociaal te doen (à la gezellig met de collega’s aan één tafeltje zitten eten), maar nu doe ik er totààl geen moeite meer voor. De reden van mijn onverschilligheid? De onverschilligheid langs hun kant. Toen twee uurtjes geleden beslist werd wat er werd besteld om te eten vandaag, sloegen ze me simpelweg over. “Wat wil jij bestellen, Valérie? En jij, Sandrine?” Maar Lies?! Oh néééé, die wordt genegeerd. Oké, ik heb elke dag zelf boterhammen mee. Maar tegen een vers broodje zeg ik nooit ‘nee’. Ik stond erbij en ik keek ernaar. Zit ik een aflevering van Het Eiland ofzo? Ben ik Alain en verstoor ik een onderonsje? Allez, dat is nu toch elementaire beleefdheid? Niet dat ik per se iets wou bestellen, maar je kan het toch tenminste eens vragen, niet? Enfin, ‘k was echt lastig. Ik doe verdorie al hun vuile werkjes en dan dit.
Och ja, ik probeer me er niet te veel van aan te trekken… Vrijdag ben ik hier toch weg! (en zo zal ik waarschijnlijk elke blog besluiten) En denk maar niet dat ze me nog eens mogen opbellen om bij te springen! Nèh.